RIWA streeft naar een dusdanige kwaliteit van het oppervlaktewater dat een natuurlijke zuivering volstaat om daaruit onberispelijk drinkwater te bereiden. In lijn met Artikel 7 van de Kaderrichtlijn Water betekent dit dat de water­kwaliteit verder dient te ver­be­te­ren, zodat op termijn het niveau van de zuiveringsinspanning kan worden verminderd.

De hoge kwaliteit waaraan het drink­water in Europa moet voldoen, vereist een preventieve bescherming van het opper­vlaktewater. Immers, zuive­ring­­technieken die ingezet moeten worden om in de grondstof aan­wezige ver­ont­rei­nigingen te verwijderen, zijn nooit 100% effectief. Bovendien kunnen bepaalde zuiveringstechnieken tot nieuwe chemische omzet­tings­producten leiden. Het oppervlaktewater dient daarom zo min mogelijk belast te zijn met stoffen die daar niet van nature in voorkomen.

Om dit doel te bereiken wendt RIWA-Rijn, samen met de IAWR, voortdurend haar (politieke) invloed aan om het belang van een schone rivier onder de aandacht te brengen van politici, overheden en beleidsmakers in water­beheer en industrie. Zij doet dit namens de 4 lidbedrijven (Oasen, PWN, Vitens en Waternet), waardoor een efficiënte aanpak van gemeen­schap­pe­lijke belangen is gewaarborgd.

Onder oppervlaktewater verstaat de RIWA de rivieren, alle bovengrondse stromen die direct of indirect uitkomen op de rivieren, de randmeren en het IJsselmeer.