De hieronder genoemde koepelorganisaties van waterleidingbedrijven langs de grote Europese rivieren vertegenwoordigen het belang van de bescherming van het oppervlaktewater en het drinkwater voor meer dan 115 miljoen mensen in 17 landen (Duitsland, Oostenrijk, België, Bosnië-Herzegowina, Frankrijk, Kroatië, Liechtenstein, Luxemburg, Nederland, Montenegro, Roemenië, Servië, Slowakije, Slovenië, Zwitserland, de Tsjechische Republiek en Hongarije). Bij deze organi­sa­ties zijn circa 170 waterleidingbedrijven aangesloten. Zij hebben een gemeenschappelijke strategie en visie voor de winning van drinkwater, die gebaseerd is op de beginselen van duurzaamheid en voorzorg/preventie.

  • IAWR, Internationale Arbeitsgemeinschaft der Wasserwerke im Rheineinzugsgebiet, met haar drie zusterorganisaties
    • AWBR, Arbeitsgemeinschaft Wasserwerke Bodensee – Rhein
    • ARW, Arbeitsgemeinschaft Rhein-Wasserwerke e. V.
    • RIWA-Rijn, Vereniging van Rivierwaterbedrijven Rijn
  • IAWD, Internationale Arbeitsgemeinschaft der Wasserwerke im Donaueinzugsgebiet
  • AWE, Arbeitsgemeinschaft der Wasserversorger im Einzugsgebiet der Elbe
  • AWWR, Arbeitsgemeinschaft der Wasserwerke an der Ruhr
  • RIWA-Maas, Vereniging van Rivierwaterbedrijven Maas/Meuse

Overweging
Water is het op zich reeds ten volle waard om te worden beschermd; niemand heeft het recht water te vervuilen, maar integendeel de plicht het na gebruik weer gezuiverd terug te geven aan de waterkringloop. Dientengevolge gaat het er niet om dat partijen voordeel hebben van een goede waterkwaliteit. Integendeel, het gaat erom dat er veroorzakers zijn van een waterkwaliteit die verbetering behoeft. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij de handhaving van het principe dat “de vervuiler betaalt”.

De waterleidingbedrijven zien het als een vereiste dat natuurlijke hulpbronnen worden geëxploiteerd op een wijze die duurzaam is. De winning van drinkwater dient voorrang te hebben op alle overige soorten van gebruik van water. Veel waterleidingbedrijven zijn voor hun winning aangewezen op oppervlaktewater dat potentieel is blootgesteld aan allerlei vormen van vervuiling. De ambitie is om een zodanige kwaliteit van het oppervlaktewater te verkrijgen dat de bereiding van drinkwater mogelijk is met gebruikmaking van uitsluitend natuurlijke zuiveringsmethoden.

Dit memorandum moet alle beslissers in overheidsinstanties en politiek ondersteunen bij de onverminderd noodzakelijke kwaliteitsverbetering van oppervlaktewater dat gebruikt wordt voor de winning van drinkwater. Verder zou het memoran­dum ertoe moeten bijdragen dat in het openbaar een open en transparante discussie plaatsvindt rond de noodzaak van een preventieve bescherming van de het oppervlaktewater. Met deze bescherming moet ook voor toekomstige generaties een veilige en duurzame drinkwatervoorziening kunnen worden gegarandeerd, zonder dat daarvoor vergaande technische en financiële inspanningen nodig zijn.

Om de natuurlijke bronnen voor de drinkwaterbereiding te beschermen, moet de volgende acht eisen kracht worden bijgezet:

  1. De drinkwatervoorziening moet voorrang hebben op alle overige soorten van watergebruik
  2. Er moet een zodanige bescherming van oppervlaktewater verankerd worden, dat het mogelijk is drinkwater te produceren met uitsluitend natuurlijke zuiveringsmethoden
  3. Er moet worden vastgehouden aan het stand-still beginsel, terwijl tegelijk moet worden doorgegaan met de verbetering van de waterkwaliteit
  4. Bedreiging van het drinkwater door antropogene stoffen en de afbraak- en transformatieproducten daarvan, moet reeds in de toelatings- en registratieprocedures voor nieuwe stoffen als testcriterium worden gehanteerd
  5. Het principe dat “de vervuiler betaalt” moet een vast uitgangspunt worden, terwijl de kosten niet verhaald mogen worden op een begunstigde partij
  6. Het eigen toezicht op afvalwaterzuiveringen en op het voorkómen van storingen door beheerders / eigenaren moet worden verbeterd.
  7. Het toezicht op het oppervlaktewater door de overheid moet, met het oog op het drinkwaterbelang voor wat betreft de hoeveelheid parameters en de meetfrequenties worden geïntensiveerd.
  8. De bewaking van de oppervlaktewaterkwaliteit moet voortdurend worden aangepast aan nieuwverworven inzichten.

IAWR Memorandum 2013 | Riwa-Rijn